Ga naar de inhoud

Wat een werkbezoek leert over regionale samenwerking

Gasten: Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman

In Noord-Holland Noord zijn inwoners gewend om samen oplossingen te vinden. Volgens de Nederlandse Sportraad levert dat inzichten op die ook voor andere gemeenten relevant zijn. In deze aflevering gaan Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman in gesprek over regionale samenwerking, initiatieven als Campus de Terp en Doortrappen, en de vraag hoe gemeenten gezondheid en preventie sterker kunnen verbinden met hun beleid.

Meer ruimte, andere oplossingen

De Nederlandse Sportraad trekt bewust het land in. Adviezen worden dan wel in Den Haag geschreven, de praktijk speelt zich af in buurten, dorpen en gemeenten. Daarom bezocht de raad Noord-Holland Noord. Dit werkbezoek, georganiseerd door Team Sportservice, bood de mogelijkheid om te zien hoe gemeenten, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan vraagstukken rond gezondheid, leefbaarheid en preventie.

Volgens Tom van ’t Hek zijn de maatschappelijke opgaven in de regio niet wezenlijk anders dan elders in Nederland, maar de context wel. “We denken vaak vanuit stedelijk beleid. Bij de werkbezoeken in de regio merken we dat de problematiek soms bijna omgekeerd is. Er is heel veel ruimte, er zijn heel veel kernen. Maar je moet juist zorgen dat dingen leefbaar en behapbaar blijven voor de mensen.”

Wat hem daarnaast opviel, was de manier waarop organisaties elkaar weten te vinden. “Dan zie je de kracht van verbinding.” Die observatie herkent Nanda Timmerman: “Je weet niet beter dan dat de afstanden groter zijn. En je het dus echt met elkaar moet doen.” Die manier van samenwerken bleek geen uitzondering. Op verschillende plekken tijdens het werkbezoek zag de raad hoe partijen vanuit een gezamenlijke opgave samen optrekken.

Campus de Terp laat zien wat er mogelijk is

Tijdens het werkbezoek maakte Campus de Terp in Wieringerwerf veel indruk. Wat begon als een initiatief van inwoners en vrijwilligers groeide uit tot een omgeving waar sport, onderwijs, gezondheid en ontmoeting samenkomen. Die ontstaansgeschiedenis sprak Tom van ’t Hek aan. “Het is ook weleens heel fijn om gewoon een dag ergens te zijn waar die verbinding tussen domeinen al gebeurt. En waar je ook gewoon het succes daadwerkelijk ziet.” Volgens hem laat Campus de Terp zien wat er kan ontstaan wanneer inwoners samen met verenigingen, onderwijs en gemeente optrekken. “Waarin bewegen op allerlei manieren centraal staat, en verbonden is met onder andere onderwijs.” Nanda Timmerman vult aan: “Ja, dit ademt sport en gezondheid met elkaar. Alles is gecentreerd bij elkaar. Dat is uniek. En dat dat dan door vrijwilligers is gerealiseerd.”

“Dit ademt sport en gezondheid met elkaar. Alles is gecentreerd bij elkaar. Dat is uniek. En dat dat dan door vrijwilligers is gerealiseerd.”

Volgens Van ’t Hek zag je hier in de praktijk wat de NLsportraad in veel adviezen benadrukt: sport staat niet op zichzelf. Het raakt onderwijs, gezondheid, sociale verbinding en de inrichting van de leefomgeving. In de podcast vertellen beide gasten uitgebreider hoe Campus de Terp zich ontwikkelde, welke rol vrijwilligers speelden en waarom juist dit voorbeeld tijdens het werkbezoek zo vaak terugkwam.

Investeren voordat zorg nodig is

Gemeenten krijgen overal te maken met een groeiende zorgvraag, terwijl personeel en vrijwilligers schaarser worden. Tegelijkertijd neemt het aantal ouderen de komende jaren sterk toe. De vraag is daardoor niet alleen hoe we meer zorg organiseren, maar vooral hoe we ervoor zorgen dat mensen langer gezond, actief en zelfstandig blijven.

Volgens Van ’t Hek vraagt dat om een andere manier van kijken. Niet alleen investeren wanneer mensen zorg nodig hebben, maar juist eerder. In bewegen, gezondheid, ontmoeting en een leefomgeving die uitnodigt om actief te blijven. In de podcast pleit hij ervoor om meer middelen van “de achterkant naar de voorkant” van het systeem te verplaatsen. Investeringen in sport en bewegen dragen volgens hem ook bij aan opgaven in de jeugdzorg, gezondheid en openbare ruimte.

Dat is herkenbaar, vertelt Timmerman. Verkiezingen, nieuwe wethouders en wisselingen van beleidsadviseurs zorgen ervoor dat aandacht voor sport, bewegen en gezondheid steeds opnieuw op de agenda moet worden gezet. “Het is onze rol om sport, bewegen, gezondheid en spelen op de kalender en de kaart te houden.”

“Het is onze rol om sport, bewegen, gezondheid en spelen op de kalender en de kaart te houden.”

Doortrappen bracht onverwachte partners bij elkaar

Dat samenwerken soms begint met een eenvoudige vraag, blijkt uit het programma Doortrappen. Dit initiatief helpt ouderen om veilig en zelfstandig te blijven fietsen.

“Wij zijn van sport en bewegen. We hadden nooit eerder fietslessen gegeven of mensen op de fiets gezet”, vertelt Timmerman in de podcast. Toch bracht Doortrappen Team Sportservice in contact met nieuwe partners, van Wmo-loketten en participatieadviseurs tot fietsenwinkels en aanbieders van hulpmiddelen. Wat begon als een vraag over fietsveiligheid, leidde tot gesprekken over gezondheid, zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving.

Volgens Timmerman was dat het begin van een bredere ontwikkeling. Team Sportservice werd steeds vaker betrokken bij vraagstukken rond preventie, gezondheid en leefomgeving. “Vervolgens zijn wij ook een stevige partij geworden bij de gemeente om aan de voorkant aan tafel te gaan zitten.” Inmiddels wordt de organisatie in Noord-Holland Noord actief gevraagd om mee te denken vanuit haar expertise op sport en bewegen. In de aflevering vertellen Timmerman en Van ’t Hek hoe Doortrappen uitgroeide tot een voorbeeld van domeinoverstijgend samenwerken en welke lessen andere gemeenten daaruit kunnen meenemen.

Wat andere gemeenten kunnen meenemen

Voor Van ’t Hek zit de waarde van werkbezoeken vooral in het contact met de praktijk. Juist in gesprekken met inwoners, vrijwilligers, gemeenten en uitvoerende organisaties wordt zichtbaar hoe beleid uitpakt en welke oplossingen daadwerkelijk werken.

De voorbeelden uit Noord-Holland Noord zijn daarmee niet alleen interessant voor deze regio. Ze laten ook zien hoe waardevol het is om de kennis en ervaring van mensen uit de praktijk mee te nemen in discussies over sport, gezondheid en preventie. In de aflevering bespreken Van ’t Hek en Timmerman welke inzichten zij meenemen uit het werkbezoek en waarom zij het belangrijk vinden om juist ook uitvoerders een stem te geven.

Van ’t Hek: “Dan zie je dat er al ontzettend veel gebeurt en dat mensen oplossingen vinden die je achter een bureau nooit bedenkt.”

Meer weten? 

Benieuwd hoe sport en bewegen kunnen bijdragen aan gezondheid, preventie en leefbaarheid in jouw gemeente of regio? Team Sportservice ondersteunt gemeenten, onderwijs-, zorg- en welzijnsorganisaties bij het verbinden van deze opgaven in de praktijk. Neem contact op met een collega in jouw regio of stuur een bericht naar podcast@teamsportservice.nl.

Over onze gasten

Nanda Timmerman, host Lennart Booij en Tom van ’t Hek

Tom van ’t Hek is voorzitter van de Nederlandse Sportraad. De raad adviseert regering en parlement over vraagstukken rond topsport, breedtesport en bewegen met aandacht voor maatschappelijke vraagstukken. Ze bezoekt regio’s om praktijkervaringen mee te nemen in landelijke adviezen.

Nanda Timmerman is regiomanager Noord-Holland Noord bij Team Sportservice. Zij werkt samen met gemeenten, onderwijs, zorg-, welzijns- en sportorganisaties aan vraagstukken rond gezondheid, bewegen, leefbaarheid en preventie.

Luister naar aflevering #40 van de Sport & Samenleving Podcast met Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman. Wat viel de NLsportraad op in de regio? Waarom maakte Campus de Terp zoveel indruk? Wat leert Doortrappen over nieuwe vormen van samenwerking? En wat kunnen gemeenten leren van de manier waarop organisaties en inwoners elkaar in deze regio weten te vinden?

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

Op het kantoor van Team Sportservice Zuid-Holland is onlangs de basisscholing  Prikkelarm sporten en bewegen aangeboden. Trainers Daniëlle van der Zanden  (coördinator Sport en Preventie Schiedam) en Marieke Reitsma (regisseur Aangepast Sporten), gaven deze scholing waarbij twaalf cursisten aanwezig waren. De cursisten kwamen vanuit verschillende werkvelden, waaronder medewerkers van zorg- en welzijnsorganisaties en buurtsportcoaches. Deze diverse groep zorgde voor een waardevolle uitwisseling van ervaringen en perspectieven. 

In deze training namen we de deelnemers mee in de wereld van prikkelarm sporten en bewegen. Ons brein krijgt per dag namelijk gemiddeld 120.000 prikkels te verwerken. We verwerken tegenwoordig evenveel prikkels per dag als dat mensen rond het jaar 1800 per jaar verwerkten. Het aantal mensen dat daar (door een hersenaandoening) niet goed tegen kan stijgt ook jaarlijks. Zo komen er jaarlijks ongeveer 130.000 tot 160.000 mensen met een hersenletsel bij, waarvan 50% niet goed tegen prikkels kan. Spoiler: mensen met hersenletsel is dus één van de groepen voor wie prikkelarm sporten en bewegen een uitkomst kan bieden. 

Tijdens de basisscholing stonden drie doelen centraal: informeren, inspireren en implementeren. 

Informeren

Er werd stilgestaan bij de verschillende soorten prikkels. Zowel zintuiglijke prikkels zoals horen, ruiken en temperatuur en interne prikkels zoals gedachten, emoties en taal. Wanneer de verwerking van deze prikkels niet goed verloopt, kunnen kinderen en volwassenen last krijgen van lichamelijke, cognitieve of emotionele klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, verminderde concentratie of zij gaan zich terugtrekken. In de cursus werd gekeken hoe een goede balans te vinden is tussen meedoen met activiteiten, maar met het minimale aantal prikkels.  

Inspireren

Een belangrijk onderdeel van de training was de bijdrage van een ervaringsdeskundige, met een beperking op het gebied van prikkelverwerking. Deze persoonlijke inzichten gaven de cursisten een goed beeld van situaties uit de praktijk. Denk bijvoorbeeld aan alles wat er al komt kijken bij het op weg gaan naar een sporttraining, zoals de reis en het parkeren. Ook werd duidelijk wat er gebeurt tijdens een training wanneer er veel prikkels aanwezig zijn, bijvoorbeeld door muziek of een onverwachte verandering, zoals een andere trainer. 

Implementeren

De opgedane kennis en ervaringen bieden handvatten om in de praktijk toe te passen, bijvoorbeeld door sportomgevingen prikkelarmer in te richten. We gaven hierover tips, aan de hand van verschillende prikkels en aspecten van het sporten. Denk bijvoorbeeld aan het afschermen van spiegels en het inrichten van een rustplek. Maar ook het hoe bespreekbaar maken van prikkelgevoeligheid, en hoe je hier zowel als trainer en als sporter zelf iets in kunt doen, kwamen aan bod.

Meer weten?  

Ben jij vrijwilliger, trainer, (vak)docent of buurtsportcoach en werk je met kwetsbare doelgroepen? Wil je ook meer weten over prikkelverwerking en hoe je prikkelarm sporten en bewegen kunt aanbieden? 

Voor vragen of meer informatie kun je ook altijd contact opnemen met Marieke Reitsma, via mreitsma@teamsportservice.nl (opent in nieuw tabblad). 

De basisscholing prikkelarm sporten en bewegen werd ontwikkeld door Sportservice Noord-Brabant, met steun van de Hersenstichting. Via het landelijke netwerk Sportkracht 12 wordt de basisscholing in alle provincies aangeboden.

Gasten: Carin Schröder en Erik Bakker

Veel mensen met een beperking willen sporten, maar weten niet altijd waar zij terechtkunnen. In deze aflevering van de Sport & Samenleving Podcast gaan Carin Schröder van Mijn Leven 2.0 en Erik Bakker van Team Sportservice Amsterdam in op een vraag die veel gemeenten bezighoudt: hoe help je mensen niet alleen aan passend sportaanbod, maar ook aan een duidelijke route ernaartoe? Volgens beide gasten speelt de combinatie van ‘vindbaarheid, begeleiding en samenwerking’ daarin een belangrijke rol.

Vinden van passend aanbod vaak nog lastig 

In deze aflevering van de Sport & Samenleving podcast bespreken onze gasten Carin Schröder en Erik Bakker een opvallende tegenstelling. De wens van mensen met een beperking om te kunnen sporten is er vaak wel, maar dit leidt lang niet altijd tot daadwerkelijke deelname. Volgens beide gasten zit de uitdaging voor deze mensen niet alleen in het aanbod zelf, maar vooral in de weg ernaartoe. Waar vinden mensen met een beperking passend aanbod? Wie helpt hen op weg? En hoe weten zij welke mogelijkheden er zoal zijn?

Volgens Carin Schröder richten veel initiatieven zich nog vooral op zorgverleners, therapeuten en andere verwijzers. Vanuit Mijn Leven 2.0 ziet zij hoe belangrijk het is dat mensen na een ziekte of lichamelijke beperking weer activiteiten vinden die energie, sociale contacten en zelfvertrouwen geven. Sport en bewegen kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Toch komen mensen vaak pas bij passend aanbod terecht als iemand hen erop wijst, terwijl zij zelf al weten wat ze willen doen. Met het online platform Airbnb als voorbeeld schetst zij hoe dat anders kan. “Als ik nou graag rolstoeltennis zou willen doen, dan wil ik dat gewoon veel sneller kunnen vinden.” Het liefst via één overzichtelijk platform waar alle sportmogelijkheden samenkomen.

Haar vergelijking met Airbnb raakt meteen een bredere vraag: hoe overzichtelijk is het landschap van aangepast sporten eigenlijk voor iemand die wil beginnen? Niet alleen de beschikbaarheid van sport telt, maar ook hoe mensen hun weg naar het aanbod (kunnen) vinden.

Stap naar meedoen vergemakkelijken

De eerste stap naar meedoen blijkt in de praktijk vaak essentieel. In zijn werk als Regisseur Aangepast Sporten ziet Erik Bakker dagelijks hoe groot die stap kan zijn. Vanuit het speciaal onderwijs werkt hij samen met scholen, buurtsportcoaches en sportverenigingen om kinderen niet alleen kennis te laten maken met sport, maar ook daadwerkelijk naar een vereniging toe te begeleiden. Zoals hij zegt: “We brengen feitelijk vraag en aanbod bij elkaar (opent in nieuw tabblad).”

Volgens Carin hebben sommige mensen die begeleiding ’tijdens het zetten van die eerste stap’ echt nodig. In de podcast vertelt zij over ‘Jan’, die pas ging sporten nadat iemand hem persoonlijk meenam naar de buurtsportcoach. Inmiddels helpt deze Jan als ervaringsdeskundige zelf anderen om die eerste stap te zetten.

Erbij horen op de club

Voor Erik Bakker gaat aangepast sporten niet alleen over passend aanbod, maar ook over ergens bij horen. Daarom vindt hij het belangrijk dat kinderen niet worden benaderd als uitzondering, maar als sporter en teamgenoot. Hij vertelt hoe kinderen bij binnenkomst meteen worden opgenomen in het verenigingsleven: “Dus als die kids binnenkomen, dan gaan ze direct in een clubshirt.” 

“Als die kids binnenkomen, dan gaan ze direct in een clubshirt. Maak ze onderdeel van het geheel.”

Tegelijkertijd benadrukken beide gasten dat meedoen niet voor iedereen hetzelfde betekent. Sommige mensen voelen zich prettig binnen regulier aanbod, terwijl anderen juist baat hebben bij een aangepaste omgeving of contact met mensen die vergelijkbare ervaringen hebben. Volgens Erik vraagt dat om maatwerk en om, zoals hij het noemt, een ideale mix. “Waarbij je wel deel bent van het geheel. Maar toch voldoende ruimte hebt om jezelf te kunnen zijn.”

Inclusief sporten betekent daarmee niet dat iedereen hetzelfde aanbod krijgt, maar dat iedereen een plek kan vinden die past. Juist die combinatie van erbij horen én ruimte voor individuele behoeften maakt meedoen mogelijk.

De opgave? Verbinding tussen initiatieven

Er is dus in veel gemeenten geen gebrek aan initiatieven of sportaanbod voor mensen met een beperking. In het gesprek komt juist naar voren dat de uitdaging vaker zit in de verbinding tussen sport, zorg, welzijn en onderwijs. Hoe zorgen organisaties ervoor dat inwoners niet telkens opnieuw hun weg hoeven te zoeken?

Volgens Erik begint dat met het zoeken naar een gezamenlijk doel. “We zoeken altijd naar een gemeenschappelijk belang. De school vindt het belangrijk dat kinderen gezond zijn, sportclubs vinden het fijn dat hun accommodatie wordt benut, dat ze nieuwe aanwas hebben en dat ze zich kunnen inzetten voor mensen met een beperking.”

Soms ligt de winst dan ook niet in nieuw aanbod ontwikkelen, maar in elkaar kennen, doorverwijzen en voortbouwen op wat er al is. Niet iedere organisatie hoeft alles zelf aan te bieden om mensen toch verder te helpen. Uiteindelijk draait die samenwerking niet om organisaties, maar om de mensen voor wie het bedoeld is. Juist wanneer professionals, verenigingen en gemeenten elkaar weten te vinden, wordt de route naar sport overzichtelijker en wordt meedoen voor meer mensen mogelijk.

Meer weten over aangepast sporten? 

Team Sportservice ondersteunt gemeenten, scholen, zorg- en welzijnsorganisaties bij vraagstukken rond sportparticipatie, inclusief sporten en de toeleiding naar passend sport- en beweegaanbod. Benieuwd wat er in jouw gemeente of regio mogelijk is? Neem contact op met onze Aangepast Sporten-collega’s (opent in nieuw tabblad) in jouw regio of stuur een bericht naar podcast@teamsportservice.nl.

Over onze gasten

Carin Schröder is GZ-psycholoog, fysiotherapeut en bestuurslid van Stichting Mijn Leven 2.0. In deze aflevering vertelt zij hoe mensen met een ziekte of beperking meer regie kunnen krijgen over hun weg naar sport en bewegen.

Erik Bakker is regisseur aangepast sporten bij Team Sportservice Amsterdam. In deze aflevering deelt hij hoe scholen, buurtsportcoaches, gemeenten en sportverenigingen samen jongeren naar sport begeleiden..

Luister naar aflevering #39 van de Sport & Samenleving Podcast met Carin Schröder en Erik Bakker. Je ontdekt waarom een combinatie van betere vindbaarheid, maatwerk en slimme samenwerkingen meer mensen met een beperking aan het sporten kunnen krijgen.

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

Met de Stimuleringsregeling geven de provincie Zuid-Holland en Team Sportservice vernieuwende initiatieven die inwoners in beweging brengen, een extra impuls. Dankzij deze regeling krijgen organisaties de kans om deze ideeën in de praktijk te brengen. In Delft gebeurt dit door zogenoemde Sportboxen. Dit initiatief kan, door de Stimuleringsregeling, bijdragen aan meer sport, beweging en ontmoeting in de wijk.

Een bal pakken en naar buiten gaan om te sporten en bewegen: voor veel kinderen is dat niet vanzelfsprekend. Zeker in wijken waar relatief weinig kinderen lid zijn van een sportvereniging en waar dit thuis minder vanzelfsprekend is. Hiermee is de Sportbox een inspirerend voorbeeld dat mogelijk is gemaakt dankzij de Stimuleringsregeling.

Sport en spel binnen handbereik

Inmiddels staan er van deze Sportboxen op sport- en speelvelden in de Delftse wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof. In de afgesloten opslagplaatsen ligt van alles, zodat iedereen mee kan doen: van ballen, hesjes en fluitjes tot hockeysticks, kleine gewichten en materialen voor sporten als pickleball (een mix van (tafel)tennis en badminton) en trefbal. “Op deze manier kunnen inwoners kennismaken met verschillende sporten en manieren van bewegen”, vertelt Roan te Nijenhuis, teammanager buurtsportcoaches bij Haaglanden Beweegt.

Sleutel tot sport

Via een persoonlijke sleutelcode kunnen partners in de wijk, zoals scholen, wijkcentra en betrokken buurtbewoners, de Sportbox openen. Onder die buurtbewoners vallen bijvoorbeeld Buurtvaders en Mastermoeders, vrijwilligers die zich inzetten voor de leefbaarheid en ontwikkeling van de jeugd in de wijk. Zo kunnen zij de materialen gebruiken voor activiteiten met kinderen en jongeren of kan de jongere doelgroep zelf aan de slag.

Juist in deze aandachtswijken kan de Sportbox een verschil maken. “Gezinnen kunnen het sportmateriaal vaak niet zelf betalen. Wanneer de box is gereserveerd, hebben ze de mogelijkheid om naar buiten te gaan, te bewegen en elkaar op te zoeken”, vertelt Roan.

De persoonlijke toegang maakt de boxen laagdrempelig én zorgt ervoor dat de organisatie zicht houdt op het gebruik. Via de sleutelcode en camera’s is bijvoorbeeld te zien wanneer de box wordt geopend. Naast de vaste activiteiten van de buurtsportcoaches, maken partners er inmiddels steeds meer gebruik van. In mei waren er bijvoorbeeld veertien reserveringen, wat opliep naar negentien in juni, naar een hoogtepunt van dertig reserveringen deze maand.

Sport en verbinding

De buurtsportcoaches gebruiken de materialen zelf ook regelmatig. Twee keer per week organiseren zij een Sportmix, waarbij kinderen kennismaken met verschillende sporten. Ook tijdens wijkfeesten en op sommige scholen in de pauze komen de materialen goed van pas. De belangstelling verschilt per locatie, maar de Sportboxen lijken steeds meer hun plek in de wijk te vinden.

“Het is mooi als kinderen door de Sportbox naar buiten komen en nieuwe kinderen ontmoeten. Ouders blijven bijvoorbeeld ook vaak hangen bij het speelveld. En voor kinderen die niet willen sporten, zijn er kleurplaten en stiften. Zo zorgt de Sportbox niet alleen voor meer beweging, maar ook voor meer verbinding en ontmoeting in de wijk.”

De drie Sportboxen kwamen tot stand dankzij een samenwerking tussen onder andere Team Sportservice, de Richard Krajicek Foundation, de gemeente Delft, de provincie Zuid-Holland en Haaglanden Beweegt.

Samen zorgen voor meer beweging

De ambitie in Delft is om het netwerk verder uit te breiden, zodat in steeds meer wijken sport- en spelmateriaal binnen handbereik komt. Roan hoopt dat het initiatief ook andere organisaties inspireert. “Als je een goed idee hebt dat écht bij de inwoners vandaan komt, ga dan met hen het gesprek aan en kijk of het gerealiseerd kan worden. Zoek de samenwerking op, werk je plannen uit en dien een aanvraag in. Juist vernieuwde initiatieven kunnen echt het verschil maken.”

Een aanvraag indienen voor de Stimuleringsregeling is nog mogelijk, maar het beschikbare budget raakt snel op. Zie je een kans om meer inwoners in beweging te brengen? Wacht dan niet te lang. Dien dan hier zo snel mogelijk een aanvraag in. Hoe eerder je namelijk een aanvraag doet, hoe meer er mogelijk is.  

Bron foto: Haaglanden Beweegt

Het regioverband Aangepast Sporten Midden-Holland heeft een promovideo gelanceerd om de mogelijkheden voor aangepast sporten in de regio zichtbaar te maken. Het doel van de film is om te laten zien dat sporten en bewegen voor iedereen mogelijk is, juist ook bij een beperking of chronische aandoening. 

Met de promovideo richt het regioverband zich op deze groep inwoners. Voor mensen met een beperking of chronische aandoening is het niet altijd makkelijk om een passende sport of beweegactiviteit te vinden. In de film brengen we initiatieven uit de verschillende gemeenten in de regio in beeld. Deelnemers, sportaanbieders en familieleden van deelnemers komen aan het woord en vertellen hun persoonlijke ervaringen op het gebied van aangepast sporten. Dit geeft een inspirerend en herkenbaar kijkje in de bestaande mogelijkheden.  

Persoonlijk en herkenbaar

‘’Door als buurtsportcoaches de krachten in de regio te bundelen en samen te werken met lokale sportaanbieders, kunnen we inwoners met een beperking of chronische aandoening beter bereiken en begeleiden’’, aldus Marieke Reitsma, regiocoördinator Aangepast Sporten in regio Midden-Holland. ‘’We hopen dat deze persoonlijke verhalen anderen inspireren om ook de stap te zetten naar een passende sport- of beweegactiviteit waar ze plezier en vertrouwen uit kunnen halen.’’ 

Buurtsportcoaches en Uniek Sporten 

Naast het in beeld brengen van de mogelijkheden, brengt de promofilm de rol van de buurtsportcoach onder de aandacht. In elke gemeente is een buurtsportcoach voor aangepast sporten. Zij ondersteunen inwoners met een beperking of chronische aandoening bij het vinden van een passende activiteit, via een gratis sportadviestraject. Inwoners of organisaties met interesse kunnen contact opnemen met de buurtsportcoach voor meer informatie. Ook kunnen zij een kijkje nemen op www.unieksporten.nl/sportzoeker (opent in nieuw tabblad), voor een digitaal overzicht van het aangepast aanbod in de regio. 

Over het regioverband Aangepast Sporten Midden-Holland 

Het regioverband Aangepast Sporten Midden-Holland is een samenwerking tussen de gemeenten Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Zuidplas, Waddinxveen en Krimpenerwaard. Binnen dit verband werken de sportuitvoeringsorganisaties Sport & Welzijn Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen Beweegt, Sportstichting Zuidplas, Team Sportservice Krimpenerwaard en SPORT•GOUDA nauw samen met de regiocoördinator van Team Sportservice Zuid-Holland. Zij bundelen de krachten om sport en bewegen voor elke inwoner mogelijk te maken. 

Vragen of meer informatie? Neem dan contact op met regiocoördinator Aangepast Sporten Midden-Holland, Marieke Reitsma via mreitsma@teamsportservice.nl

De buurtsportcoach van nu is allang niet meer alleen de uitvoerder van sportactiviteiten in de wijk. Het werkveld verandert en daarmee verandert ook de rol van buurtsportcoach. De focus ligt niet meer alleen op sport en bewegen, maar ook steeds meer op thema’s als inclusie, gezondheid, kansengelijkheid en samenhang in de wijk. Exact deze verschuiving vraagt om een andere focus en daarbij horende nieuwe vaardigheden. Tegelijkertijd vindt er steeds meer groei plaats bij de professional zelf. Vanuit ambitie of juist omdat het werk daarom vraagt. Juist in die ontwikkeling ligt een kans: voor de buurtsportcoach, voor werkgevers en voor gemeenten. 

Team Sportservice mag deze opdracht uitvoeren voor de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) Noordwest en Zuidwest. In samenwerking met buurtsportcoaches, gemeenten en organisaties kijken we naar hoe professionals kunnen blijven groeien in een veranderende en uitgebreidere praktijk. 

Groei binnen de bestaande rol 

Binnen de rol van buurtsportcoach verandert er dus veel, waardoor de coach eigenlijk meerdere functies tegelijkertijd vervult. De buurtsportcoach werkt bijvoorbeeld steeds vaker samen met onderwijs, zorg, welzijn en gemeenten. De rol verschuift, zoals ook blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut. De professioneel wisselt van uitvoerder naar verbinder en van aanbieder naar partner rondom vraagstukken in de wijk. Dat vraagt om flexibiliteit en het vermogen om mee te bewegen met een veranderende omgeving. 

Nieuwe vaardigheden en kennis 

Met deze verschuiving groeit ook de behoefte naar andere vaardigheden. Denk hierbij aan vaardigheden zoals netwerken, samenwerken en communiceren, die in deze tijd echt essentieel zijn geworden. Als buurtsportcoach werk je immers met verschillende partners, ieder met eigen belangen en werkwijzen. Iedere partner moet je dus weer op een net andere manier benaderen.  

Naast het groter wordende belang van communicatieve en sociale vaardigheden, is er steeds meer vraag naar inhoudelijke kennis op thema’s die lokaal spelen, zoals inclusie, gezondheid en participatie. De ontwikkeling van de buurtsportcoach richt zich daarmee op zowel verbreding, sterker worden in hoe je werkt, als verdieping, waarbij je je verder ontwikkelt qua kennis en kunde. 

Houvast in ontwikkeling

 Om in te spelen op deze groei, houdt de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) zich bezig met verschillende zaken en tools. Er zijn bijvoorbeeld BRC-profielen ontwikkeld, zoals buurtsportcoach, combinatiefunctionaris onderwijs en cultuurcoach. Deze profielen geven inzicht in de kennis, de ervaring en de vaardigheden die nodig zijn binnen een specifieke rol. Ook helpen ontwikkelroutes en leerlijnen je om stappen te zetten.

Dat deze tools duidelijkheid bieden aan de buurtsportcoach, benadrukt ook Danique Agterberg, regiocoördinator van Buurtsportcoach Academy West: “Je ziet waar je staat, waar je naartoe kunt groeien en welke stappen daarvoor nodig zijn. Dat geeft richting én motivatie. Ook voor organisaties heeft dit waarde, rollen worden duidelijker en er kan gerichter worden geïnvesteerd in ontwikkeling.”

Groeien in praktijk

De impact van verbreding en verdieping als buurtsportcoach, is direct terug te zien in de praktijk, zo vertelt Anton Stoter, coördinator leefstijlnetwerken bij Team Sportservice en programmalid bij Buurtsportcoach Academy West: “Als we buurtsportcoaches de ruimte geven om zich te verbreden of te specialiseren, groeit niet alleen de professional, maar groeit de wijk met hen mee.” 

Volgens Anton zit de groei vaak binnen de functie zelf. Buurtsportcoaches verbreden zich bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking, projectcoördinatie of netwerkgericht werken. Anderen kiezen juist voor specialisatie, bijvoorbeeld in leefstijl, trainerschap of specifieke doelgroepen. Dit komt dan ook weer de wijk als geheel ten goede.  

Ontwikkelroutes maken groei zichtbaar

Een concreet voorbeeld is de Ontwikkelroute Inclusie, ontwikkeld door LAB. 
Deze route bundelt scholingen, cursussen en kennistools en maakt inzichtelijk welke stappen je kunt zetten binnen het thema inclusie en diversiteit. Zo wordt ontwikkeling concreet en tastbaar. Scholing speelt hierin een belangrijke rol, het biedt de kennis en vaardigheden die nodig zijn stappen te zetten en te begrijpen hoe de lokale en/of regionale maatschappij functioneert.

De rol van regionale academies 

De regionale academies spelen een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Zij verbinden vraag en aanbod en zorgen dat scholing aansluit op de praktijk. Door in gesprek te blijven met buurtsportcoaches, werkgevers en gemeenten, ontstaat een aanbod dat aansluit bij wat er écht nodig is. 

Danique Achterberg: “We halen actief input op uit het werkveld. Op basis daarvan bieden we modulaire scholing aan, zodat professionals hun eigen ontwikkelroute kunnen samenstellen.” 

Ook Anton Stoter benadrukt het belang van deze aanpak: “Het werkveld vraagt om meer dan alleen uitvoeren. De buurtsportcoach is steeds vaker ook verbinder en soms zelfs netwerkregisseur. Daar moet het aanbod ook op aansluiten.” 

Blijven bewegen in een veranderende wereld 

De conclusie is helder: de buurtsportcoach blijft zich ontwikkelen, of die ontwikkeling nu voortkomt uit ambitie of via vraag vanuit het werkveld. Stilstaan wordt in ieder geval niet gezien als optie. Hulpmiddelen zoals profielen, ontwikkelroutes en scholing bieden houvast, als middel om te blijven groeien. Voor de buurtsportcoach geldt: wie anderen in beweging brengt, moet zelf ook blijven bewegen!  

Vragen en meer informatie

Wil je meer weten over de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) en/of het cursusaanbod in Zuid-Holland en Utrecht? Neem dan contact op met Danique Agterberg via dagterberg@teamsportservice.nl of 06-25468622.

Gast: Mirjam Sterk (Minister Langdurige zorg, Welzijn & Sport)

Hoe krijgen we Nederland gezonder en veerkrachtiger nu de zorgvraag blijft groeien en het aantal zorgprofessionals onder druk staat? Volgens minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport ligt een belangrijk deel van de oplossing buiten de zorg zelf. Na haar eerste honderd dagen als minister deelt zij met ons haar visie op de verbinding tussen sport, welzijn, gezondheid en leefomgeving. Daarbij kijkt ze nadrukkelijk naar gemeenten als belangrijke partners.

In deze aflevering van de Sport & Samenleving podcast gaat Sterk in op de rol van sport in onze samenleving. Niet als los beleidsterrein, maar als plek waar gezondheid, ontmoeting en preventie effectief (kunnen) samenkomen.

Sport: veel meer dan fit zijn

Wie in deze podcast naar Sterk luistert, hoort geen minister die sport uitsluitend benadert vanuit harde resultaten of deelnamecijfers. Meedoen, gezondheid en onderlinge verbinding: daarin schuilt voor haar de brede kracht van sport en bewegen.

Die visie ontwikkelde zij mede door eerdere functies waarin toegankelijkheid, inclusie en gezondheid centraal stonden. Bij Stichting MEE werkte ze aan het vergroten van kansen voor mensen met een beperking. Als gedeputeerde in Utrecht zag ze hoe leefomgeving, bewegen en gezondheid elkaar beïnvloeden. En ook persoonlijke ervaringen spelen mee. “Als kind waren voor mij buitenspelen, bewegen en actief zijn vanzelfsprekend. Een goede basis waar je de rest van je leven lol van hebt.” Deze ervaringen neemt ze mee naar haar ministerschap. Sportverenigingen, buurtsportvoorzieningen en beweegaanbieders zijn volgens haar meer dan plekken waar wordt gesport. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar sociale netwerken ontstaan en waar signalen kunnen worden opgevangen voordat ze binnen formele zorgstructuren zichtbaar worden.

Zorgdruk vereist andere manier van kijken

Dat perspectief sluit aan bij een grote uitdaging waar Nederland voor staat. De zorgkosten stijgen, terwijl er steeds minder mensen beschikbaar zijn om het werk uit te voeren. Volgens Sterk vraagt die ontwikkeling om andere keuzes in de manier waarop zorg, welzijn en preventie worden georganiseerd.

“Met meer geld kun je niet meer mensen kopen”, aldus Sterk. Waar ze voor pleit: minder snel terugvallen op de zorg, en hulpvragen eerder signaleren, duiden en via een andere route oppakken.

De minister wijst op een ontwikkeling die haar zorgen baart, namelijk: steeds meer mensen belanden met hun problemen in de zorg, terwijl dat echt niet altijd nodig is. Zij wil daarom meer inzetten op het voorkomen van problemen voordat mensen in een zorgtraject terechtkomen.

Onnodige zorgtrajecten voorkomen

Sterk gaat in op soorten hulpvragen uit zowel het huidige jeugd- als ouderenbeleid. Ze licht toe dat steeds meer jongeren gebruikmaken van jeugdzorg, terwijl achter veel hulpvragen ook welzijns- of participatievraagstukken kunnen schuilgaan.

“In de tijd dat ik Kamerlid was, toen had je één op de zevenentwintig jongeren die in de jeugdzorg zaten. Nu één op de zeven! Ja, daar gaat iets niet goed. Heel vaak gaat het ook over hulpvragen die misschien wel vooral met welzijn te maken hebben.” – Mirjam Sterk

Volgens haar is het daarom belangrijk om breder te kijken naar zinvolle oplossingen zodra iemand op enige wijze ‘vastloopt’. Over welke hulpvraag gaat dit? Soms ligt een effectiever antwoord in deelname aan activiteiten in de wijk, een sportvereniging, een buurthuis of het ontsluiten van een sociaal netwerk.

Valpreventie noemt Sterk als concreet voorbeeld voor ouderen. Een val kan voor ouderen het verschil betekenen tussen zelfstandig blijven wonen of langdurige zorg nodig hebben. Daarom wil ze graag dat er in elke gemeente een passend aanbod voor valpreventie beschikbaar komt.

Sport als plek om vroegtijdig te signaleren

Voor de minister komen preventie en vroegtijdig signaleren op veel plekken samen. Juist sportverenigingen kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Sterk doet een oproep aan gemeenten om bijvoorbeeld breder naar hun lokale sportvoorzieningen te kijken. Sportaccommodaties en verenigingen kunnen een grotere maatschappelijke rol vervullen dan nu vaak gebeurt. Wat houdt dat nu tegen?

“Wat er nu speelt bij veel sportverenigingen is dat hun accommodaties enorm verouderd zijn. Die zijn vaak in de jaren zestig, zeventig gebouwd. En wil je ook een beetje een aantrekkelijke club zijn, dan doet een clubgebouw natuurlijk ook iets.”

Volgens Sterk kunnen moderne en multifunctionele accommodaties helpen om meer inwoners aan een vereniging te verbinden. Hoe? Door accommodaties breder in te zetten dan alleen als sportlocatie. Een impactvolle rol ziet Sterk weggelegd voor sportverenigingen die hun accommodatie openstellen voor welzijnsactiviteiten voor ouderen en jongeren, sociale ontmoetingen of andere maatschappelijke functies. “Stel, iemand is eenzaam. Dan kun je iemand naar de psycholoog sturen, óf je bekijkt hoe deze persoon misschien kan meedoen met activiteiten in de wijk, sportclub, buurthuis, klaverjassen, noem het maar.” Daarmee verandert niet het signaal, maar de manier waarop je ermee omgaat.

Gemeenten meer aan het stuur

Hoewel het Rijk richting geeft, ziet Sterk gemeenten als dé partijen die daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Juist lokaal komen sport, welzijn, zorg, onderwijs en leefomgeving samen. Gemeenten kunnen bij uitstek de verbindingen tussen die domeinen leggen. Daarom is zij terughoudend met landelijke blauwdrukken. Want wat bijvoorbeeld werkt in een grote stad hoeft niet automatisch te werken in een kleinere gemeente. Lokale netwerken, bestaande samenwerkingen en opgedane lokale ervaringen bepalen voor een belangrijk deel welke aanpak succesvol is of kan worden.

Slimme verbindingen in de wijk

Meer mensen vaker aan het bewegen en sporten krijgen, en hun welzijn vergroten, is geen eenvoudige opgave. Volgens Sterk ontstaat de meeste impact wanneer sport, zorg en welzijn elkaar in wijken en buurten weten te vinden. Daarom ziet zij een belangrijke rol voor buurtsportcoaches, wijkteams en andere professionals die inwoners helpen bij het vinden van passend aanbod.

Allereerst moeten de juiste partijen met elkaar samenwerken, aldus Sterk. Zo kunnen gemeenten samen met verenigingen goed kijken naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van clubs, het aanbod en lokale sportfaciliteiten in wijken – voor iedereen, zeker ook mensen met een beperking. Investeren in buurtsportcoaches verdient volgens Sterk ook prioriteit. Dit omdat zij een belangrijke rol kunnen spelen bij het vroeg signaleren van hulpvragen en het begeleiden van inwoners naar passend aanbod.

Daarnaast geeft ze aan te werken aan een zogenaamde ‘basisstructuur in wijken’: dit moet helpen op lokaal niveau een effectief sport- en beweegaanbod neer te zetten. Tot slot ziet ze heil in kundige wijkteams, onder meer om hulpvragen vanuit een brede expertise te kunnen duiden, voor een passend vervolg.


Integraal en inclusief sporten

Meedoen vormt een belangrijke pijler van Sterks visie op sport en samenleving. Maar niet iedereen vindt vanzelf de weg naar sport en bewegen. Fysieke drempels, onduidelijke informatie, beperkte toegankelijkheid van accommodaties of het ontbreken van passende sporthulpmiddelen kunnen deelname in de weg staan.

Sterk pleit daarom voor een inclusieve benadering waarbij sportvoorzieningen beter toegankelijk zijn voor verschillende groepen inwoners. Maar ook dat mensen – jong en ouder – niet onnodig in aparte groepjes terechtkomen, bijvoorbeeld in de sportschool. Juist het samen sporten en bewegen draagt volgens haar bij aan een sterke en verbonden samenleving.


Sterks boodschap aan gemeenten

Na haar eerste honderd dagen schetst minister Sterk een heldere richting. In haar visie is sport niet alleen een vorm van vrijetijdsbesteding, maar echt een middel om gezondheid, welzijn en maatschappelijke betrokkenheid te versterken. Juist daarom kijkt zij nadrukkelijk naar gemeenten. Daar komen gezondheid, welzijn, zorg en leefomgeving samen, dus daar ligt volgens haar een belangrijke verbindende sleutel voor de toekomst.

Werk jij bij een gemeente die zoekt naar manieren om sport, welzijn en gezondheid meer met elkaar te organiseren? Dan biedt deze aflevering volop stof tot nadenken. Luister nu de volledige aflevering van de Sport & Samenleving Podcast voor het complete gesprek met minister Mirjam Sterk.

Over onze gast

Portretfoto Minister Mirjam Sterk en podcastmaker Lennart Booij

Mirjam Sterk is minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. In deze aflevering vertelt zij hoe haar persoonlijke achtergrond en bestuurlijke ervaring haar visie op sport, gezondheid, welzijn en preventie hebben gevormd.

Luister naar aflevering #38 van de Sport & Samenleving Podcast met minister Mirjam Sterk en ontdek hoe de rolverdeling tussen Rijk en lokale praktijk vorm krijgt in vraagstukken rond sport, zorg en samenleving.

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

Hoe zorg je ervoor dat iedereen zich veilig en prettig voelt op de sportclub? Vijftien deelnemers uit de wereld van de sportclubs hebben deze vraag beantwoord tijdens de zogenoemde VCP-cursus (vertrouwenscontactpersoon), georganiseerd door Team Sportservice. De cursus bestond uit twee avonden en stond in het teken van kennisdeling, ontmoeting en het versterken van de sociaalveilige lokale sportomgeving.

Tijdens de avonden werd er dieper ingegaan op de functie van een vertrouwenscontactpersoon binnen een sportclub. Goed om dit alles te weten, want een vertrouwenscontactpersoon is namelijk het eerste aanspreekpunt voor sporters, ouders, trainers, vrijwilligers en bestuurders die vragen of zorgen hebben over grensoverschrijdend gedrag. Denk hierbij aan vormen van pesten, discriminatie, agressie of seksuele intimidatie. Door hieraan mee te doen, versterken de deelnemers hun rol binnen de organisatie en in het onderlinge netwerk.

Ervaringen uitwisselen

Naast het verkrijgen van meer informatie, gingen de in totaal vijftien deelnemers, onder leiding van Sandra Korteweg van NOC*NSF, aan de slag met praktijkcases en herkenbare situaties uit het verenigingsleven. Daarnaast konden de deelnemers ook vooral met elkaar in gesprek gaan om de eigen ervaringen uit te wisselen, wat zorgde voor een waardevolle avond. ‘’Het was mooi om te zien hoe de deelnemers echt actief met elkaar in gesprek gingen en zo van elkaar leerden’’, vertelt Mark Scheer, clubondersteuner bij Team Sportservice. ‘’Juist die combinatie van kennisdeling en ontmoeting maakt deze avonden zo waardevol; voor de deelnemers zelf en voor de club waar ze bij betrokken zijn.’’

Over de vertrouwenscontactpersoon

Een vertrouwenscontactpersoon is aanwezig op sportclubs om ervoor te zorgen dat iedereen met vragen, zorgen of mogelijke meldingen van grensoverschrijdend gedrag, weet bij wie ze moet zijn. Een vertrouwenscontactpersoon gaat in gesprek en bepaalt dan wat de mogelijke vervolgstappen zouden kunnen zijn. Naast het helpen bij incidenten die gaan over grensoverschrijdend gedrag, helpt een vertrouwenscontactpersoon de sportclub bij preventie en de implementatie van bijvoorbeeld de gedragscode. Deze functie vormt dus een onmisbare schakel voor het opvolgen én voorkomen van grensoverschrijdend gedrag, in welke vorm dan ook.

Team Sportservice is alweer bijna een jaar actief in de gemeente Molenlanden. De organisatie zet zich in voor een gezonde, actieve en vitale leefomgeving en ondersteunt inwoners, verenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties op het gebied van sport, bewegen en gezondheid.

Binnen de gemeente is Team Sportservice er voor inwoners, sportclubs en andere lokale partners. Bovendien richt Team Sportservice zich verder specifiek op de oudere, jongere en kwetsbare doelgroep wat betreft het stimuleren van een gezonde leefstijl. Hier is de valpreventie-aanpak een goed voorbeeld van. Om dit alles goed te kunnen doen, werkt de organisatie samen met lokale partners uit sport, onderwijs, zorg en welzijn. Ook ondersteunt Team Sportservice sportclubs bij maatschappelijke vraagstukken, samenwerkingstrajecten en lokale initiatieven rondom sport en gezondheid.

“Sport en bewegen brengt mensen samen en draagt bij aan een gezonde leefomgeving’’, vertelt Milet Waas, regiomanager bij Team Sportservice in Zuid-Holland Zuid. ‘’Wij willen zichtbaar en bereikbaar zijn voor iedereen in Molenlanden die iets wil doen met sport, bewegen of gezondheid. Of het nu gaat om ondersteuning voor clubs, activiteiten voor inwoners of het verbinden van lokale organisaties: ons doel is om een passende manier van bewegen te vinden voor elke Molenlander.”

Inclusie en vitaliteit

Naast het stimuleren van sport en bewegen zet Team Sportservice Molenlanden zich ook in voor thema’s als inclusie, leefbaarheid en vitaliteit. Door samen te werken met lokale organisaties, initiatieven en door middel van het regioverband Inclusief Sporten wil de organisatie bijdragen aan een omgeving waarin iedereen mee kan doen, ongeacht leeftijd of achtergrond.

Inwoners en organisaties kunnen bij Team Sportservice terecht met vragen, ideeën en initiatieven rondom sport, bewegen en gezondheid. Op dinsdag 2 juni organiseert Team Sportservice bijvoorbeeld het eerste Sportcafé in de gemeente; een goed moment om kennis te maken met het team.

Meer weten over onze inzet in de gemeente Molenlanden?

Gast: Bart Götte

Iedereen staat constant bloot aan veranderingen, die de toekomst vormgeven. Door maatschappelijke transities verandert o.a. de (sociale) rol van verenigingen en sportlocaties, leeft niet elke groep even gezond, en is vitaliteit ècht een maatschappelijke noodzaak geworden. Hoe kunnen beleidsmakers en bestuurders in het sport- en preventiedomein de kracht van veranderingen benutten? In aflevering 37 van onze Sport & Samenleving Podcast spreken we daarover met Bart Götte, toekomstdenker en transitiespecialist.

De samenleving als kosmos: alles beïnvloedt elkaar

Bart Götte beschrijft hoe hij vanuit zijn achtergrond in psychoneuroimmunologie heeft geleerd om complexiteit te waarderen. “Het immuunsysteem is complex, alles rondom het zenuwstelsel is complex en als je die boel bij elkaar combineert en dan kijkt naar stressfactoren, dat is ook uitermate complex.” Volgens hem functioneren maatschappelijke transities op dezelfde manier: niet lineair, niet overzichtelijk, maar als een dynamisch netwerk van invloeden, “waar het gaat over hoe het in samenwerking functioneert.” Voor beleidsmakers betekent dit dat sport geen geïsoleerd domein is, maar verbonden met arbeidsmarkt, zorgdruk, sociale cohesie en fysieke leefomgeving.

Waarom is het realiseren van verandering zo lastig?

Wie beleid maakt, merkt dat verandering soms langzamer gaat dan gehoopt. Götte legt uit waarom: “Padafhankelijkheid betekent dat je op weg naar de toekomst de rugzak van het verleden meeneemt.” Die rugzak bestaat uit gewoontes, structuren, patronen, overtuigingen en systemen die ooit logisch waren, maar nu in de weg kunnen zitten. “Dat bepaalt de opties en de snelheid waarmee je iets kan veranderen.” Het verklaart waarom zelfs goed bedoeld beleid vastloopt of onbedoelde bijeffecten heeft. Niet omdat mensen niet willen veranderen, maar omdat systemen minder snel schakelen dan de samenleving om hen heen.

De arbeidsmarkt kantelt: de opkomst van informeel werk

Een belangrijke transitie die ook het sport- en preventiedomein raakt, is die van de arbeidsmarkt. We gaan van een tijd met veel werkenden naar een samenleving met minder formele arbeidskrachten en meer mensen die informele rollen vervullen. Götte schetst dat “het informele werk, zoals mantelzorg, steeds meer ruimte gaat vragen”, terwijl “steeds minder mensen in het arbeidsproces” zitten. Dat heeft directe impact op sportverenigingen, vrijwilligerscapaciteit en de behoefte aan laagdrempelig, nabij georganiseerd aanbod.

“Vroeger was het: leef er lekker op los, de zorg raapt je wel op. Nu is het: blijf vitaal, want zorg is niet langer gegarandeerd.” – Bart Götte

De vitaliseringstransitie

De verschuiving van ziekte en zorg naar preventie en vitaliteit is volgens Götte een van de moeilijkste transities. Niet omdat we niet weten wat gezond gedrag is, maar omdat onze omgeving ons voortdurend verleidt tot het tegenovergestelde. “Vroeger was het: leef er lekker op los, de zorg raapt je wel op. Nu is het: blijf vitaal, want zorg is niet langer gegarandeerd.” Daarmee wordt vitaliteit geen individueel vraagstuk, maar een maatschappelijke noodzaak en een complex vraagstuk dat gewoontes, omgeving en verleidingen raakt.

Wijken als spiegels van de toekomst

De data die Götte aanhaalt, laten zien dat groepen zich verschillend ontwikkelen. Ouderen sporten meer, mensen met een slechte gezondheid sporten meer, maar jongeren juist minder. Hij noemt dit tempowisselingen en ziet ze als signaal “dat we sommige groepen over het hoofd zien.” Wijken waar mobiliteit beperkt is, waar weinig ontmoetingsplekken zijn of waar de sociale basis broos is, laten precies zien waar de grootste gezondheidswinst te behalen valt.

Sportplekken als ontmoetingsruimtes

Een van de meest aansprekende beelden uit het gesprek is hoe sportlocaties veranderen. “Fitnesscentra worden de nieuwe buurthuizen,” zegt Götte. Hij ziet hoe apparatenruimtes plaatsmaken voor “zitjes, koffiecorners, werkplekken” en hoe groepslessen meer ruimte krijgen. “Ik denk dat ze heel goed snappen dat er niet zo heel veel plekken meer zijn waar je sociaal fysiek bij elkaar komt, zeker niet voor jongeren.” Ook sportverenigingen hebben volgens hem een kans: “In het woord vereniging zit een sociaal karakter,” een waarde die belangrijker wordt dan ooit.

Bij experimenteren is het doel nooit om het resultaat te halen. Het doel is leren waarom het mislukt. En dan is elk experiment geslaagd.”

Maak van experimenteren je werkhouding

Waar traditionele aanpakken hun grenzen bereiken, ontstaat ruimte om te leren. “Bij experimenteren is het doel nooit om het resultaat te halen,” zegt Götte. “Het doel is leren waarom het mislukt. En dan is elk experiment geslaagd.” Het is een uitnodiging aan beleidsmakers om niet te streven naar perfectie, maar naar beweging en in partnerschap met buurten, verenigingen, scholen en sportaanbieders.

“Hoopvol op weg naar een ongekend perspectief”

Ondanks de complexiteit blijft Götte optimistisch. “Ik ben hoopvol op weg naar een ongekend perspectief,” zegt hij. Verandering biedt ruimte voor nieuwe manieren van samenleven, nieuwe vormen van sport en bewegen, en nieuwe kansen voor lokale gemeenschappen. De vraag is niet of er beweging is, maar of we durven meebewegen.

Over onze gast

Bart Götte en Lennart Booij tijdens de opname van podcast aflevering 37.

Bart Götte, business futurist en transitiespecialist, werkzaam vanuit zijn eigen bedrijf FutureFlock. Over waarom hij transities onderzoekt: “Ik was het eigenlijk altijd al aan het doen. De rode draad is dat je complexiteit leuk vindt. En een kosmos waarin alles op elkaar inwerkt met onverwachte wendingen, dat maakt transities exotisch en fascinerend. Je raakt nooit uitgeleerd.”

Luister nu naar aflevering #37 van de Sport & Samenleving Podcast en ontdek hoe maatschappelijke transities onze leefomgeving, vitaliteit en sportvoorzieningen veranderen en wat dit betekent voor beleidskeuzes.

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes