Ga naar de inhoud

Wat een werkbezoek leert over regionale samenwerking

Gasten: Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman

In Noord-Holland Noord zijn inwoners gewend om samen oplossingen te vinden. Volgens de Nederlandse Sportraad levert dat inzichten op die ook voor andere gemeenten relevant zijn. In deze aflevering gaan Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman in gesprek over regionale samenwerking, initiatieven als Campus de Terp en Doortrappen, en de vraag hoe gemeenten gezondheid en preventie sterker kunnen verbinden met hun beleid.

Meer ruimte, andere oplossingen

De Nederlandse Sportraad trekt bewust het land in. Adviezen worden dan wel in Den Haag geschreven, de praktijk speelt zich af in buurten, dorpen en gemeenten. Daarom bezocht de raad Noord-Holland Noord. Dit werkbezoek, georganiseerd door Team Sportservice, bood de mogelijkheid om te zien hoe gemeenten, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan vraagstukken rond gezondheid, leefbaarheid en preventie.

Volgens Tom van ’t Hek zijn de maatschappelijke opgaven in de regio niet wezenlijk anders dan elders in Nederland, maar de context wel. “We denken vaak vanuit stedelijk beleid. Bij de werkbezoeken in de regio merken we dat de problematiek soms bijna omgekeerd is. Er is heel veel ruimte, er zijn heel veel kernen. Maar je moet juist zorgen dat dingen leefbaar en behapbaar blijven voor de mensen.”

Wat hem daarnaast opviel, was de manier waarop organisaties elkaar weten te vinden. “Dan zie je de kracht van verbinding.” Die observatie herkent Nanda Timmerman: “Je weet niet beter dan dat de afstanden groter zijn. En je het dus echt met elkaar moet doen.” Die manier van samenwerken bleek geen uitzondering. Op verschillende plekken tijdens het werkbezoek zag de raad hoe partijen vanuit een gezamenlijke opgave samen optrekken.

Campus de Terp laat zien wat er mogelijk is

Tijdens het werkbezoek maakte Campus de Terp in Wieringerwerf veel indruk. Wat begon als een initiatief van inwoners en vrijwilligers groeide uit tot een omgeving waar sport, onderwijs, gezondheid en ontmoeting samenkomen. Die ontstaansgeschiedenis sprak Tom van ’t Hek aan. “Het is ook weleens heel fijn om gewoon een dag ergens te zijn waar die verbinding tussen domeinen al gebeurt. En waar je ook gewoon het succes daadwerkelijk ziet.” Volgens hem laat Campus de Terp zien wat er kan ontstaan wanneer inwoners samen met verenigingen, onderwijs en gemeente optrekken. “Waarin bewegen op allerlei manieren centraal staat, en verbonden is met onder andere onderwijs.” Nanda Timmerman vult aan: “Ja, dit ademt sport en gezondheid met elkaar. Alles is gecentreerd bij elkaar. Dat is uniek. En dat dat dan door vrijwilligers is gerealiseerd.”

“Dit ademt sport en gezondheid met elkaar. Alles is gecentreerd bij elkaar. Dat is uniek. En dat dat dan door vrijwilligers is gerealiseerd.”

Volgens Van ’t Hek zag je hier in de praktijk wat de NLsportraad in veel adviezen benadrukt: sport staat niet op zichzelf. Het raakt onderwijs, gezondheid, sociale verbinding en de inrichting van de leefomgeving. In de podcast vertellen beide gasten uitgebreider hoe Campus de Terp zich ontwikkelde, welke rol vrijwilligers speelden en waarom juist dit voorbeeld tijdens het werkbezoek zo vaak terugkwam.

Investeren voordat zorg nodig is

Gemeenten krijgen overal te maken met een groeiende zorgvraag, terwijl personeel en vrijwilligers schaarser worden. Tegelijkertijd neemt het aantal ouderen de komende jaren sterk toe. De vraag is daardoor niet alleen hoe we meer zorg organiseren, maar vooral hoe we ervoor zorgen dat mensen langer gezond, actief en zelfstandig blijven.

Volgens Van ’t Hek vraagt dat om een andere manier van kijken. Niet alleen investeren wanneer mensen zorg nodig hebben, maar juist eerder. In bewegen, gezondheid, ontmoeting en een leefomgeving die uitnodigt om actief te blijven. In de podcast pleit hij ervoor om meer middelen van “de achterkant naar de voorkant” van het systeem te verplaatsen. Investeringen in sport en bewegen dragen volgens hem ook bij aan opgaven in de jeugdzorg, gezondheid en openbare ruimte.

Dat is herkenbaar, vertelt Timmerman. Verkiezingen, nieuwe wethouders en wisselingen van beleidsadviseurs zorgen ervoor dat aandacht voor sport, bewegen en gezondheid steeds opnieuw op de agenda moet worden gezet. “Het is onze rol om sport, bewegen, gezondheid en spelen op de kalender en de kaart te houden.”

“Het is onze rol om sport, bewegen, gezondheid en spelen op de kalender en de kaart te houden.”

Doortrappen bracht onverwachte partners bij elkaar

Dat samenwerken soms begint met een eenvoudige vraag, blijkt uit het programma Doortrappen. Dit initiatief helpt ouderen om veilig en zelfstandig te blijven fietsen.

“Wij zijn van sport en bewegen. We hadden nooit eerder fietslessen gegeven of mensen op de fiets gezet”, vertelt Timmerman in de podcast. Toch bracht Doortrappen Team Sportservice in contact met nieuwe partners, van Wmo-loketten en participatieadviseurs tot fietsenwinkels en aanbieders van hulpmiddelen. Wat begon als een vraag over fietsveiligheid, leidde tot gesprekken over gezondheid, zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving.

Volgens Timmerman was dat het begin van een bredere ontwikkeling. Team Sportservice werd steeds vaker betrokken bij vraagstukken rond preventie, gezondheid en leefomgeving. “Vervolgens zijn wij ook een stevige partij geworden bij de gemeente om aan de voorkant aan tafel te gaan zitten.” Inmiddels wordt de organisatie in Noord-Holland Noord actief gevraagd om mee te denken vanuit haar expertise op sport en bewegen. In de aflevering vertellen Timmerman en Van ’t Hek hoe Doortrappen uitgroeide tot een voorbeeld van domeinoverstijgend samenwerken en welke lessen andere gemeenten daaruit kunnen meenemen.

Wat andere gemeenten kunnen meenemen

Voor Van ’t Hek zit de waarde van werkbezoeken vooral in het contact met de praktijk. Juist in gesprekken met inwoners, vrijwilligers, gemeenten en uitvoerende organisaties wordt zichtbaar hoe beleid uitpakt en welke oplossingen daadwerkelijk werken.

De voorbeelden uit Noord-Holland Noord zijn daarmee niet alleen interessant voor deze regio. Ze laten ook zien hoe waardevol het is om de kennis en ervaring van mensen uit de praktijk mee te nemen in discussies over sport, gezondheid en preventie. In de aflevering bespreken Van ’t Hek en Timmerman welke inzichten zij meenemen uit het werkbezoek en waarom zij het belangrijk vinden om juist ook uitvoerders een stem te geven.

Van ’t Hek: “Dan zie je dat er al ontzettend veel gebeurt en dat mensen oplossingen vinden die je achter een bureau nooit bedenkt.”

Meer weten? 

Benieuwd hoe sport en bewegen kunnen bijdragen aan gezondheid, preventie en leefbaarheid in jouw gemeente of regio? Team Sportservice ondersteunt gemeenten, onderwijs-, zorg- en welzijnsorganisaties bij het verbinden van deze opgaven in de praktijk. Neem contact op met een collega in jouw regio of stuur een bericht naar podcast@teamsportservice.nl.

Over onze gasten

Nanda Timmerman, host Lennart Booij en Tom van ’t Hek

Tom van ’t Hek is voorzitter van de Nederlandse Sportraad. De raad adviseert regering en parlement over vraagstukken rond topsport, breedtesport en bewegen met aandacht voor maatschappelijke vraagstukken. Ze bezoekt regio’s om praktijkervaringen mee te nemen in landelijke adviezen.

Nanda Timmerman is regiomanager Noord-Holland Noord bij Team Sportservice. Zij werkt samen met gemeenten, onderwijs, zorg-, welzijns- en sportorganisaties aan vraagstukken rond gezondheid, bewegen, leefbaarheid en preventie.

Luister naar aflevering #40 van de Sport & Samenleving Podcast met Tom van ’t Hek en Nanda Timmerman. Wat viel de NLsportraad op in de regio? Waarom maakte Campus de Terp zoveel indruk? Wat leert Doortrappen over nieuwe vormen van samenwerking? En wat kunnen gemeenten leren van de manier waarop organisaties en inwoners elkaar in deze regio weten te vinden?

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

Maak van jouw sportvereniging een plek waar iedereen erbij hoort!

Een sportvereniging is méér dan sporten alleen. Het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten, nieuwe contacten opdoen en zich onderdeel voelen van een groep. Juist daarom kunnen sportverenigingen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen en verminderen van eenzaamheid. Heb jij als vereniging een nieuw en verbindend idee voor volwassenen? Dan kan de gemeente IJsselstein mogelijk helpen met een financiële bijdrage vanuit het Eenzaamheidsbudget. 

Denk groot – of juist klein. Organiseer bijvoorbeeld: 

Het belangrijkste is niet welke sport je aanbiedt, maar dat mensen elkaar ontmoeten, nieuwe contacten kunnen leggen en zich welkom en verbonden voelen. 

Wanneer komt jouw idee in aanmerking?

Het initiatief moet onder andere: 

De aanvraag moet minimaal 8 weken vóór de activiteit worden ingediend. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, zolang er budget beschikbaar is. (Gemeente IJsselstein (opent in nieuw tabblad)) 

Jullie idee kan het verschil maken

Misschien heb je als vereniging al een goed idee. Of misschien is dit het moment om samen met vrijwilligers, leden en andere organisaties iets nieuws te bedenken. Maak van jouw sportvereniging een plek waar mensen niet alleen komen om te bewegen, maar ook om anderen te ontmoeten, vriendschappen op te bouwen en erbij te horen. 

Bekijk de voorwaarden en vraag het Eenzaamheidsbudget aan (opent in nieuw tabblad) 

Gasten: Carin Schröder en Erik Bakker

Veel mensen met een beperking willen sporten, maar weten niet altijd waar zij terechtkunnen. In deze aflevering van de Sport & Samenleving Podcast gaan Carin Schröder van Mijn Leven 2.0 en Erik Bakker van Team Sportservice Amsterdam in op een vraag die veel gemeenten bezighoudt: hoe help je mensen niet alleen aan passend sportaanbod, maar ook aan een duidelijke route ernaartoe? Volgens beide gasten speelt de combinatie van ‘vindbaarheid, begeleiding en samenwerking’ daarin een belangrijke rol.

Vinden van passend aanbod vaak nog lastig 

In deze aflevering van de Sport & Samenleving podcast bespreken onze gasten Carin Schröder en Erik Bakker een opvallende tegenstelling. De wens van mensen met een beperking om te kunnen sporten is er vaak wel, maar dit leidt lang niet altijd tot daadwerkelijke deelname. Volgens beide gasten zit de uitdaging voor deze mensen niet alleen in het aanbod zelf, maar vooral in de weg ernaartoe. Waar vinden mensen met een beperking passend aanbod? Wie helpt hen op weg? En hoe weten zij welke mogelijkheden er zoal zijn?

Volgens Carin Schröder richten veel initiatieven zich nog vooral op zorgverleners, therapeuten en andere verwijzers. Vanuit Mijn Leven 2.0 ziet zij hoe belangrijk het is dat mensen na een ziekte of lichamelijke beperking weer activiteiten vinden die energie, sociale contacten en zelfvertrouwen geven. Sport en bewegen kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Toch komen mensen vaak pas bij passend aanbod terecht als iemand hen erop wijst, terwijl zij zelf al weten wat ze willen doen. Met het online platform Airbnb als voorbeeld schetst zij hoe dat anders kan. “Als ik nou graag rolstoeltennis zou willen doen, dan wil ik dat gewoon veel sneller kunnen vinden.” Het liefst via één overzichtelijk platform waar alle sportmogelijkheden samenkomen.

Haar vergelijking met Airbnb raakt meteen een bredere vraag: hoe overzichtelijk is het landschap van aangepast sporten eigenlijk voor iemand die wil beginnen? Niet alleen de beschikbaarheid van sport telt, maar ook hoe mensen hun weg naar het aanbod (kunnen) vinden.

Stap naar meedoen vergemakkelijken

De eerste stap naar meedoen blijkt in de praktijk vaak essentieel. In zijn werk als Regisseur Aangepast Sporten ziet Erik Bakker dagelijks hoe groot die stap kan zijn. Vanuit het speciaal onderwijs werkt hij samen met scholen, buurtsportcoaches en sportverenigingen om kinderen niet alleen kennis te laten maken met sport, maar ook daadwerkelijk naar een vereniging toe te begeleiden. Zoals hij zegt: “We brengen feitelijk vraag en aanbod bij elkaar (opent in nieuw tabblad).”

Volgens Carin hebben sommige mensen die begeleiding ’tijdens het zetten van die eerste stap’ echt nodig. In de podcast vertelt zij over ‘Jan’, die pas ging sporten nadat iemand hem persoonlijk meenam naar de buurtsportcoach. Inmiddels helpt deze Jan als ervaringsdeskundige zelf anderen om die eerste stap te zetten.

Erbij horen op de club

Voor Erik Bakker gaat aangepast sporten niet alleen over passend aanbod, maar ook over ergens bij horen. Daarom vindt hij het belangrijk dat kinderen niet worden benaderd als uitzondering, maar als sporter en teamgenoot. Hij vertelt hoe kinderen bij binnenkomst meteen worden opgenomen in het verenigingsleven: “Dus als die kids binnenkomen, dan gaan ze direct in een clubshirt.” 

“Als die kids binnenkomen, dan gaan ze direct in een clubshirt. Maak ze onderdeel van het geheel.”

Tegelijkertijd benadrukken beide gasten dat meedoen niet voor iedereen hetzelfde betekent. Sommige mensen voelen zich prettig binnen regulier aanbod, terwijl anderen juist baat hebben bij een aangepaste omgeving of contact met mensen die vergelijkbare ervaringen hebben. Volgens Erik vraagt dat om maatwerk en om, zoals hij het noemt, een ideale mix. “Waarbij je wel deel bent van het geheel. Maar toch voldoende ruimte hebt om jezelf te kunnen zijn.”

Inclusief sporten betekent daarmee niet dat iedereen hetzelfde aanbod krijgt, maar dat iedereen een plek kan vinden die past. Juist die combinatie van erbij horen én ruimte voor individuele behoeften maakt meedoen mogelijk.

De opgave? Verbinding tussen initiatieven

Er is dus in veel gemeenten geen gebrek aan initiatieven of sportaanbod voor mensen met een beperking. In het gesprek komt juist naar voren dat de uitdaging vaker zit in de verbinding tussen sport, zorg, welzijn en onderwijs. Hoe zorgen organisaties ervoor dat inwoners niet telkens opnieuw hun weg hoeven te zoeken?

Volgens Erik begint dat met het zoeken naar een gezamenlijk doel. “We zoeken altijd naar een gemeenschappelijk belang. De school vindt het belangrijk dat kinderen gezond zijn, sportclubs vinden het fijn dat hun accommodatie wordt benut, dat ze nieuwe aanwas hebben en dat ze zich kunnen inzetten voor mensen met een beperking.”

Soms ligt de winst dan ook niet in nieuw aanbod ontwikkelen, maar in elkaar kennen, doorverwijzen en voortbouwen op wat er al is. Niet iedere organisatie hoeft alles zelf aan te bieden om mensen toch verder te helpen. Uiteindelijk draait die samenwerking niet om organisaties, maar om de mensen voor wie het bedoeld is. Juist wanneer professionals, verenigingen en gemeenten elkaar weten te vinden, wordt de route naar sport overzichtelijker en wordt meedoen voor meer mensen mogelijk.

Meer weten over aangepast sporten? 

Team Sportservice ondersteunt gemeenten, scholen, zorg- en welzijnsorganisaties bij vraagstukken rond sportparticipatie, inclusief sporten en de toeleiding naar passend sport- en beweegaanbod. Benieuwd wat er in jouw gemeente of regio mogelijk is? Neem contact op met onze Aangepast Sporten-collega’s (opent in nieuw tabblad) in jouw regio of stuur een bericht naar podcast@teamsportservice.nl.

Over onze gasten

Carin Schröder is GZ-psycholoog, fysiotherapeut en bestuurslid van Stichting Mijn Leven 2.0. In deze aflevering vertelt zij hoe mensen met een ziekte of beperking meer regie kunnen krijgen over hun weg naar sport en bewegen.

Erik Bakker is regisseur aangepast sporten bij Team Sportservice Amsterdam. In deze aflevering deelt hij hoe scholen, buurtsportcoaches, gemeenten en sportverenigingen samen jongeren naar sport begeleiden..

Luister naar aflevering #39 van de Sport & Samenleving Podcast met Carin Schröder en Erik Bakker. Je ontdekt waarom een combinatie van betere vindbaarheid, maatwerk en slimme samenwerkingen meer mensen met een beperking aan het sporten kunnen krijgen.

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

Clubondersteuning werkt het best dicht bij de vereniging. Daarom werken Team Sportservice en de KNZB samen om zwemverenigingen sneller en beter te ondersteunen. In een recent interview met NOC*NSF vertellen clubondersteuners Carlo en Floor hoe deze samenwerking in de praktijk werkt.

Elke vereniging is anders en heeft haar eigen uitdagingen. Daarom geloven we in maatwerk. Door de krachten van de KNZB en de clubondersteuners van Team Sportservice te bundelen, kunnen sportclubs ondersteund worden op een manier die past bij hun wensen en behoeften.

De kracht van de samenwerking zit in het combineren van regionale betrokkenheid en landelijke expertise. Team Sportservice is voor veel zwemverenigingen het eerste aanspreekpunt. Samen met de KNZB kijken we welke ondersteuning nodig is en zorgen we ervoor dat de sportclubs snel verder kunnen. Zo helpen we clubs niet alleen bij actuele vragen, maar werken we ook aan een sterke en toekomstbestendige vereniging.

Het is niet dat wij in elk onderwerp gespecialiseerd zijn. Maar het is voor een club wel fijn dat ze bij ons kunnen aankloppen. Daarna kijken we mee en koppelen we de juiste mensen aan elkaar. Dat voorkomt dat clubs van het kastje naar de muur worden gestuurd. Als ze ergens mee zitten, weten ze dat ze ons kunnen bellen. Dan kijken wij hoe we het kunnen oplossen of waar we de informatie vandaan kunnen halen.

Benieuwd hoe wij jouw club kunnen ondersteunen? Neem dan contact op met onze clubondersteuners of lees het volledige interview op de website van NOC*NSF.

Hoe de KNZB clubondersteuning slimmer en dichterbij organiseert – NOCNSF

Sporten is leuk, gezond en sociaal. Toch is meedoen in een regulier sportteam niet voor iedereen vanzelfsprekend. Daarom biedt HC IJsseloever in IJsselstein al sinds 2013 aangepast hockey aan voor kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking. In dit team draait het om plezier, ontwikkeling en samen sporten. Iedereen doet mee op zijn of haar eigen niveau.

Voor hockeyster Marissa is het team een plek waar ze zichzelf kan zijn. Dat was niet altijd zo. Toen ze jong was, stopte ze met hockey. Ze trainde alleen met oudere kinderen en speelde geen wedstrijden: “Ik had er op een gegeven moment geen plezier meer in.” Tijdens een clinic maakte ze opnieuw kennis met hockey. Dat veranderde alles. “Ik dacht: dit vind ik toch wel weer leuk. Toen ben ik weer begonnen.”

Een plek waar je jezelf kunt zijn

Inmiddels speelt Marissa alweer een paar jaar in het aangepaste hockeyteam. Op het veld voelt ze zich helemaal thuis.

“Hier kan iedereen gewoon zichzelf zijn. Het is gezellig en het team sluit aan bij wat ik kan.”

Juist dat maakt voor haar het verschil met een regulier team. “Hier hoef ik niet steeds het gevoel te hebben dat ik tekort schiet. Iedereen hoort erbij.” Dat zie je ook terug tijdens de wedstrijden. Een doelpunt is altijd reden voor een feest, zeker als iemand scoort die dat normaal niet zo snel doet. “Dan staat iedereen te juichen. Dat is gewoon mooi. Iedereen gunt het elkaar.”

Ontstaan vanuit een gemis

Trainer en medeoprichter Fred Gras begon het aangepaste hockey samen met een andere ouder in 2013. Tijdens een landelijke hockeydag zagen zij dat andere sportclubs al een aangepast aanbod hadden. “We vroegen ons af: waarom hebben wij dat eigenlijk niet? Kinderen met een beperking moeten ook gewoon lekker kunnen sporten.”

Volgens Fred vallen sommige kinderen tussen wal en schip. Een regulier team is soms net een stap te ver, terwijl zij wel graag willen hockeyen. Het aangepaste team biedt dan uitkomst.

Normaal waar het kan, aangepast waar het moet

Het uitgangspunt van de trainers is eenvoudig: normaal waar het kan, aangepast waar het moet. Tijdens trainingen en wedstrijden krijgt iedere speler de ondersteuning die nodig is. Zo kunnen sommige spelers in wedstrijden een speciaal hesje dragen. Als zij de bal hebben, mogen tegenstanders deze tien seconden lang niet afpakken. Daardoor krijgen ook zij de tijd om een actie te maken of een medespeler aan te spelen. “Zo voelt iedereen zich onderdeel van het spel.”

Naast plezier werken de trainers ook aan de hockeyvaardigheden van de spelers. Ze leren beter samenspelen, rekening houden met elkaar en groeien stap voor stap in het spel.

Meer dan alleen sporten

Volgens Fred en begeleider Henriëtte de Blank is de sociale kant minstens zo belangrijk als het hockey zelf: “Veel kinderen zitten op speciaal onderwijs buiten de regio. Hier ontmoeten ze leeftijdsgenoten en bouwen ze vriendschappen op.”

Ook voor ouders betekent het team veel. Langs de lijn ontstaan gesprekken over school, zorg en opvoeding. Ouders herkennen elkaars situatie en kunnen ervaringen delen.

Binnen de sportclub maakt het team ook gewoon onderdeel uit van het normale clubleven. Ze trainen op dezelfde avonden als de andere teams, lopen soms mee met het eerste team en zijn zichtbaar op de club. “Dat vinden we belangrijk. Het laat zien dat aangepast hockey er gewoon bij hoort.”

Gewoon een keer proberen

Marissa hoopt dat meer kinderen de stap durven zetten. “Kom gewoon een keer kijken of mee trainen. Voor iedereen is het anders. Misschien is het iets voor je, misschien ook niet. Maar als je het niet probeert, weet je het nooit.” Zelf weet ze inmiddels precies wat hockey haar brengt. “Als ik aan het sporten ben, hoef ik even nergens aan te denken, Dan is mijn hoofd gewoon rustig.” Nieuwe spelers zijn altijd welkom om vrijblijvend een paar keer mee te trainen en te ontdekken of aangepast hockey bij hen past.

Meer lezen over aangepast sporten?

Hoe ga je als vakleerkracht om met agressief gedrag tijdens de gymles? En hoe zorg je ervoor dat je leerlingen op dezelfde manier beoordeelt als je collega’s? Tijdens de jaarlijkse studiedag van onze vakleerkrachten van Team Sportservice provincie Utrecht stonden deze vragen centraal. Een dag vol praktische inzichten, oefening en uitwisseling.

Praktische handvatten voor de gymles

In de ochtend verzorgde Wouter Schols van het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij (NIVM) een training over het omgaan met excessief en agressief gedrag. Door theorie en praktijk te combineren, leerden vakleerkrachten verschillende vormen van agressie herkennen en hoe zij situaties kunnen de-esclareren.

Een oefening met een ballon liet ze ervaren wat spanning met je lichaam doet. Ook oefenden ze met een rustige houding, duidelijke communicatie en het stellen van grenzen. Praktische vaardigheden die zij direct kunnen toepassen in de gymles.

Versterken bewegingsonderwijs

In de middag verdiepten de vakleerkrachten zich in de leerlijnen bewegingsonderwijs en het beoordelen met Plan Mij Volg Mij. Door samen bewegingsuitvoeringen te beoordelen, bleek dat ze vrijwel altijd tot dezelfde beoordeling kwamen.

Daarnaast was er veel ruimte om praktijkervaringen en lesideeën uit te wisselen. Dat zorgt voor meer afstemming binnen het team en draagt bij aan kwalitatief en eenduidig bewegingsonderwijs.

Investeren in sterk bewegingsonderwijs

Door te investeren in de ontwikkeling van onze vakleerkrachten, investeren we ook in de kwaliteit van het bewegingsonderwijs in onze gemeenten. De kennis en vaardigheden uit deze studiedag helpen vakleerkrachten om met meer vertrouwen voor de groep te staan en dragen bij aan een veilige, positieve leeromgeving waarin kinderen met plezier kunnen bewegen en zich ontwikkelen.

Lees meer

De buurtsportcoach van nu is allang niet meer alleen de uitvoerder van sportactiviteiten in de wijk. Het werkveld verandert en daarmee verandert ook de rol van buurtsportcoach. De focus ligt niet meer alleen op sport en bewegen, maar ook steeds meer op thema’s als inclusie, gezondheid, kansengelijkheid en samenhang in de wijk. Exact deze verschuiving vraagt om een andere focus en daarbij horende nieuwe vaardigheden. Tegelijkertijd vindt er steeds meer groei plaats bij de professional zelf. Vanuit ambitie of juist omdat het werk daarom vraagt. Juist in die ontwikkeling ligt een kans: voor de buurtsportcoach, voor werkgevers en voor gemeenten. 

Team Sportservice mag deze opdracht uitvoeren voor de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) Noordwest en Zuidwest. In samenwerking met buurtsportcoaches, gemeenten en organisaties kijken we naar hoe professionals kunnen blijven groeien in een veranderende en uitgebreidere praktijk. 

Groei binnen de bestaande rol 

Binnen de rol van buurtsportcoach verandert er dus veel, waardoor de coach eigenlijk meerdere functies tegelijkertijd vervult. De buurtsportcoach werkt bijvoorbeeld steeds vaker samen met onderwijs, zorg, welzijn en gemeenten. De rol verschuift, zoals ook blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut. De professioneel wisselt van uitvoerder naar verbinder en van aanbieder naar partner rondom vraagstukken in de wijk. Dat vraagt om flexibiliteit en het vermogen om mee te bewegen met een veranderende omgeving. 

Nieuwe vaardigheden en kennis 

Met deze verschuiving groeit ook de behoefte naar andere vaardigheden. Denk hierbij aan vaardigheden zoals netwerken, samenwerken en communiceren, die in deze tijd echt essentieel zijn geworden. Als buurtsportcoach werk je immers met verschillende partners, ieder met eigen belangen en werkwijzen. Iedere partner moet je dus weer op een net andere manier benaderen.  

Naast het groter wordende belang van communicatieve en sociale vaardigheden, is er steeds meer vraag naar inhoudelijke kennis op thema’s die lokaal spelen, zoals inclusie, gezondheid en participatie. De ontwikkeling van de buurtsportcoach richt zich daarmee op zowel verbreding, sterker worden in hoe je werkt, als verdieping, waarbij je je verder ontwikkelt qua kennis en kunde. 

Houvast in ontwikkeling

 Om in te spelen op deze groei, houdt de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) zich bezig met verschillende zaken en tools. Er zijn bijvoorbeeld BRC-profielen ontwikkeld, zoals buurtsportcoach, combinatiefunctionaris onderwijs en cultuurcoach. Deze profielen geven inzicht in de kennis, de ervaring en de vaardigheden die nodig zijn binnen een specifieke rol. Ook helpen ontwikkelroutes en leerlijnen je om stappen te zetten.

Dat deze tools duidelijkheid bieden aan de buurtsportcoach, benadrukt ook Danique Agterberg, regiocoördinator van Buurtsportcoach Academy West: “Je ziet waar je staat, waar je naartoe kunt groeien en welke stappen daarvoor nodig zijn. Dat geeft richting én motivatie. Ook voor organisaties heeft dit waarde, rollen worden duidelijker en er kan gerichter worden geïnvesteerd in ontwikkeling.”

Groeien in praktijk

De impact van verbreding en verdieping als buurtsportcoach, is direct terug te zien in de praktijk, zo vertelt Anton Stoter, coördinator leefstijlnetwerken bij Team Sportservice en programmalid bij Buurtsportcoach Academy West: “Als we buurtsportcoaches de ruimte geven om zich te verbreden of te specialiseren, groeit niet alleen de professional, maar groeit de wijk met hen mee.” 

Volgens Anton zit de groei vaak binnen de functie zelf. Buurtsportcoaches verbreden zich bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking, projectcoördinatie of netwerkgericht werken. Anderen kiezen juist voor specialisatie, bijvoorbeeld in leefstijl, trainerschap of specifieke doelgroepen. Dit komt dan ook weer de wijk als geheel ten goede.  

Ontwikkelroutes maken groei zichtbaar

Een concreet voorbeeld is de Ontwikkelroute Inclusie, ontwikkeld door LAB. 
Deze route bundelt scholingen, cursussen en kennistools en maakt inzichtelijk welke stappen je kunt zetten binnen het thema inclusie en diversiteit. Zo wordt ontwikkeling concreet en tastbaar. Scholing speelt hierin een belangrijke rol, het biedt de kennis en vaardigheden die nodig zijn stappen te zetten en te begrijpen hoe de lokale en/of regionale maatschappij functioneert.

De rol van regionale academies 

De regionale academies spelen een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Zij verbinden vraag en aanbod en zorgen dat scholing aansluit op de praktijk. Door in gesprek te blijven met buurtsportcoaches, werkgevers en gemeenten, ontstaat een aanbod dat aansluit bij wat er écht nodig is. 

Danique Achterberg: “We halen actief input op uit het werkveld. Op basis daarvan bieden we modulaire scholing aan, zodat professionals hun eigen ontwikkelroute kunnen samenstellen.” 

Ook Anton Stoter benadrukt het belang van deze aanpak: “Het werkveld vraagt om meer dan alleen uitvoeren. De buurtsportcoach is steeds vaker ook verbinder en soms zelfs netwerkregisseur. Daar moet het aanbod ook op aansluiten.” 

Blijven bewegen in een veranderende wereld 

De conclusie is helder: de buurtsportcoach blijft zich ontwikkelen, of die ontwikkeling nu voortkomt uit ambitie of via vraag vanuit het werkveld. Stilstaan wordt in ieder geval niet gezien als optie. Hulpmiddelen zoals profielen, ontwikkelroutes en scholing bieden houvast, als middel om te blijven groeien. Voor de buurtsportcoach geldt: wie anderen in beweging brengt, moet zelf ook blijven bewegen!  

Vragen en meer informatie

Wil je meer weten over de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) en/of het cursusaanbod in Zuid-Holland en Utrecht? Neem dan contact op met Danique Agterberg via dagterberg@teamsportservice.nl of 06-25468622.

Gast: Mirjam Sterk (Minister Langdurige zorg, Welzijn & Sport)

Hoe krijgen we Nederland gezonder en veerkrachtiger nu de zorgvraag blijft groeien en het aantal zorgprofessionals onder druk staat? Volgens minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport ligt een belangrijk deel van de oplossing buiten de zorg zelf. Na haar eerste honderd dagen als minister deelt zij met ons haar visie op de verbinding tussen sport, welzijn, gezondheid en leefomgeving. Daarbij kijkt ze nadrukkelijk naar gemeenten als belangrijke partners.

In deze aflevering van de Sport & Samenleving podcast gaat Sterk in op de rol van sport in onze samenleving. Niet als los beleidsterrein, maar als plek waar gezondheid, ontmoeting en preventie effectief (kunnen) samenkomen.

Sport: veel meer dan fit zijn

Wie in deze podcast naar Sterk luistert, hoort geen minister die sport uitsluitend benadert vanuit harde resultaten of deelnamecijfers. Meedoen, gezondheid en onderlinge verbinding: daarin schuilt voor haar de brede kracht van sport en bewegen.

Die visie ontwikkelde zij mede door eerdere functies waarin toegankelijkheid, inclusie en gezondheid centraal stonden. Bij Stichting MEE werkte ze aan het vergroten van kansen voor mensen met een beperking. Als gedeputeerde in Utrecht zag ze hoe leefomgeving, bewegen en gezondheid elkaar beïnvloeden. En ook persoonlijke ervaringen spelen mee. “Als kind waren voor mij buitenspelen, bewegen en actief zijn vanzelfsprekend. Een goede basis waar je de rest van je leven lol van hebt.” Deze ervaringen neemt ze mee naar haar ministerschap. Sportverenigingen, buurtsportvoorzieningen en beweegaanbieders zijn volgens haar meer dan plekken waar wordt gesport. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar sociale netwerken ontstaan en waar signalen kunnen worden opgevangen voordat ze binnen formele zorgstructuren zichtbaar worden.

Zorgdruk vereist andere manier van kijken

Dat perspectief sluit aan bij een grote uitdaging waar Nederland voor staat. De zorgkosten stijgen, terwijl er steeds minder mensen beschikbaar zijn om het werk uit te voeren. Volgens Sterk vraagt die ontwikkeling om andere keuzes in de manier waarop zorg, welzijn en preventie worden georganiseerd.

“Met meer geld kun je niet meer mensen kopen”, aldus Sterk. Waar ze voor pleit: minder snel terugvallen op de zorg, en hulpvragen eerder signaleren, duiden en via een andere route oppakken.

De minister wijst op een ontwikkeling die haar zorgen baart, namelijk: steeds meer mensen belanden met hun problemen in de zorg, terwijl dat echt niet altijd nodig is. Zij wil daarom meer inzetten op het voorkomen van problemen voordat mensen in een zorgtraject terechtkomen.

Onnodige zorgtrajecten voorkomen

Sterk gaat in op soorten hulpvragen uit zowel het huidige jeugd- als ouderenbeleid. Ze licht toe dat steeds meer jongeren gebruikmaken van jeugdzorg, terwijl achter veel hulpvragen ook welzijns- of participatievraagstukken kunnen schuilgaan.

“In de tijd dat ik Kamerlid was, toen had je één op de zevenentwintig jongeren die in de jeugdzorg zaten. Nu één op de zeven! Ja, daar gaat iets niet goed. Heel vaak gaat het ook over hulpvragen die misschien wel vooral met welzijn te maken hebben.” – Mirjam Sterk

Volgens haar is het daarom belangrijk om breder te kijken naar zinvolle oplossingen zodra iemand op enige wijze ‘vastloopt’. Over welke hulpvraag gaat dit? Soms ligt een effectiever antwoord in deelname aan activiteiten in de wijk, een sportvereniging, een buurthuis of het ontsluiten van een sociaal netwerk.

Valpreventie noemt Sterk als concreet voorbeeld voor ouderen. Een val kan voor ouderen het verschil betekenen tussen zelfstandig blijven wonen of langdurige zorg nodig hebben. Daarom wil ze graag dat er in elke gemeente een passend aanbod voor valpreventie beschikbaar komt.

Sport als plek om vroegtijdig te signaleren

Voor de minister komen preventie en vroegtijdig signaleren op veel plekken samen. Juist sportverenigingen kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Sterk doet een oproep aan gemeenten om bijvoorbeeld breder naar hun lokale sportvoorzieningen te kijken. Sportaccommodaties en verenigingen kunnen een grotere maatschappelijke rol vervullen dan nu vaak gebeurt. Wat houdt dat nu tegen?

“Wat er nu speelt bij veel sportverenigingen is dat hun accommodaties enorm verouderd zijn. Die zijn vaak in de jaren zestig, zeventig gebouwd. En wil je ook een beetje een aantrekkelijke club zijn, dan doet een clubgebouw natuurlijk ook iets.”

Volgens Sterk kunnen moderne en multifunctionele accommodaties helpen om meer inwoners aan een vereniging te verbinden. Hoe? Door accommodaties breder in te zetten dan alleen als sportlocatie. Een impactvolle rol ziet Sterk weggelegd voor sportverenigingen die hun accommodatie openstellen voor welzijnsactiviteiten voor ouderen en jongeren, sociale ontmoetingen of andere maatschappelijke functies. “Stel, iemand is eenzaam. Dan kun je iemand naar de psycholoog sturen, óf je bekijkt hoe deze persoon misschien kan meedoen met activiteiten in de wijk, sportclub, buurthuis, klaverjassen, noem het maar.” Daarmee verandert niet het signaal, maar de manier waarop je ermee omgaat.

Gemeenten meer aan het stuur

Hoewel het Rijk richting geeft, ziet Sterk gemeenten als dé partijen die daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Juist lokaal komen sport, welzijn, zorg, onderwijs en leefomgeving samen. Gemeenten kunnen bij uitstek de verbindingen tussen die domeinen leggen. Daarom is zij terughoudend met landelijke blauwdrukken. Want wat bijvoorbeeld werkt in een grote stad hoeft niet automatisch te werken in een kleinere gemeente. Lokale netwerken, bestaande samenwerkingen en opgedane lokale ervaringen bepalen voor een belangrijk deel welke aanpak succesvol is of kan worden.

Slimme verbindingen in de wijk

Meer mensen vaker aan het bewegen en sporten krijgen, en hun welzijn vergroten, is geen eenvoudige opgave. Volgens Sterk ontstaat de meeste impact wanneer sport, zorg en welzijn elkaar in wijken en buurten weten te vinden. Daarom ziet zij een belangrijke rol voor buurtsportcoaches, wijkteams en andere professionals die inwoners helpen bij het vinden van passend aanbod.

Allereerst moeten de juiste partijen met elkaar samenwerken, aldus Sterk. Zo kunnen gemeenten samen met verenigingen goed kijken naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van clubs, het aanbod en lokale sportfaciliteiten in wijken – voor iedereen, zeker ook mensen met een beperking. Investeren in buurtsportcoaches verdient volgens Sterk ook prioriteit. Dit omdat zij een belangrijke rol kunnen spelen bij het vroeg signaleren van hulpvragen en het begeleiden van inwoners naar passend aanbod.

Daarnaast geeft ze aan te werken aan een zogenaamde ‘basisstructuur in wijken’: dit moet helpen op lokaal niveau een effectief sport- en beweegaanbod neer te zetten. Tot slot ziet ze heil in kundige wijkteams, onder meer om hulpvragen vanuit een brede expertise te kunnen duiden, voor een passend vervolg.


Integraal en inclusief sporten

Meedoen vormt een belangrijke pijler van Sterks visie op sport en samenleving. Maar niet iedereen vindt vanzelf de weg naar sport en bewegen. Fysieke drempels, onduidelijke informatie, beperkte toegankelijkheid van accommodaties of het ontbreken van passende sporthulpmiddelen kunnen deelname in de weg staan.

Sterk pleit daarom voor een inclusieve benadering waarbij sportvoorzieningen beter toegankelijk zijn voor verschillende groepen inwoners. Maar ook dat mensen – jong en ouder – niet onnodig in aparte groepjes terechtkomen, bijvoorbeeld in de sportschool. Juist het samen sporten en bewegen draagt volgens haar bij aan een sterke en verbonden samenleving.


Sterks boodschap aan gemeenten

Na haar eerste honderd dagen schetst minister Sterk een heldere richting. In haar visie is sport niet alleen een vorm van vrijetijdsbesteding, maar echt een middel om gezondheid, welzijn en maatschappelijke betrokkenheid te versterken. Juist daarom kijkt zij nadrukkelijk naar gemeenten. Daar komen gezondheid, welzijn, zorg en leefomgeving samen, dus daar ligt volgens haar een belangrijke verbindende sleutel voor de toekomst.

Werk jij bij een gemeente die zoekt naar manieren om sport, welzijn en gezondheid meer met elkaar te organiseren? Dan biedt deze aflevering volop stof tot nadenken. Luister nu de volledige aflevering van de Sport & Samenleving Podcast voor het complete gesprek met minister Mirjam Sterk.

Over onze gast

Portretfoto Minister Mirjam Sterk en podcastmaker Lennart Booij

Mirjam Sterk is minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. In deze aflevering vertelt zij hoe haar persoonlijke achtergrond en bestuurlijke ervaring haar visie op sport, gezondheid, welzijn en preventie hebben gevormd.

Luister naar aflevering #38 van de Sport & Samenleving Podcast met minister Mirjam Sterk en ontdek hoe de rolverdeling tussen Rijk en lokale praktijk vorm krijgt in vraagstukken rond sport, zorg en samenleving.

Abonneer je op de podcast

Geen aflevering meer missen? Abonneer je dan op de Sport & Samenleving Podcast. Deze is beschikbaar via onderstaande podcast apps. Maak uw keuze en veel luisterplezier!

Shownotes

NOC*NSF werkt in een stuurgroep met VWS, VSG en Kenniscentrum Sport & Bewegen aan een zelfscan toegankelijke sportaccommodaties als aanvulling op het platform Sport NL Toegankelijk. Het doel is sport toegankelijk te maken voor iedereen. 

Wat levert de zelfscan op?

Centraal staat een praktische, begrijpbare zelfscan waarmee sportclubs via het platform ‘SportNL toegankelijk’ op een laagdrempelige manier inzicht krijgen in de toegankelijkheid van hun accommodatie. Het invullen van de zelfscan is niet bedoeld om een formele beoordeling (overall-score, label of keurmerk) te krijgen, maar om de club direct inzicht te geven in de toegankelijkheid van de diverse aspecten én de punten waarop verbetering mogelijk is. Daarbij wordt direct de koppeling gemaakt naar aanbevolen maatregelen, eventuele subsidies en ondersteuning om aanpassingen ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Daarnaast is het een belangrijk doel om de opgehaalde data inzichtelijk te maken voor sporters en andere bezoekers die hier behoefte aan hebben. Er wordt onderzocht hoe deze informatie het best beschikbaar én vindbaar te maken. Daarbij wordt gezocht naar een samenwerking met bestaande platforms, zoals Uniek Sporten, de Database Sportaccommodaties van het Mulier Instituut en indien mogelijk een eventuele koppeling met Google Maps. 

Livegang

In februari werd de conceptversie van de zelfscan ontwikkeld en medio mei kwam de klankbordgroep – bestaande uit verschillende experts en stakeholders – bij elkaar om de zelfscan verder te ontwikkelen. De zelfscan werd getest op verschillende locaties in Amsterdam. 

De verwachte livegang van de zelfscan toegankelijke sportaccommodaties is in juni! 

Ben jij benieuwd naar de toegankelijkheid van jouw accommodatie? Neem contact op met jouw buurtsportcoach (opent in nieuw tabblad) voor de mogelijkheden. 

Fietsen is in Nederland de sleutel tot zelfstandigheid, maar voor veel nieuwe Nederlanders is dit niet vanzelfsprekend. In fietsprovincie Utrecht slaan wij de handen ineen om barrières zoals verkeersonzekerheid en taalverschillen te doorbreken. 

Van lokaal naar provinciale aanpak 

Wat voorheen op kleine schaal gebeurde, pakken we nu breed op. Door de krachten te bundelen, ontstaat in elke gemeente één herkenbare en samenhangende aanpak. Zo zorgen we dat meer mensen leren fietsen en zich veilig voelen op de weg. 

Verbinden wat al werkt 

Als provinciale verbinder en coördinator werken we nauw samen met diverse deskundige partners. Samen: 

Fietsen als sleutel tot meedoen 

Fietsen is meer dan alleen vervoer; het is het middel om mee te doen in de samenleving. Voor nieuwe Nederlanders, die nu vaak afhankelijk zijn van anderen, maakt de fiets een wereld van verschil voor hun gezondheid en zelfstandigheid. Daarom kiezen wij niet voor een tijdelijk project, maar voor een aanpak die blijft. 

Onze fietsdocenten aan het woord:

“Fietsen toegankelijk en leuk maken voor iedereen, daar krijg ik energie van.”

– Britt Holtz-Hendrikse, Fietsdocent

“Het blijft bijzonder om te zien hoe trots mensen zijn als ze kunnen fietsen.”

– Kim Heuvers, Fietsdocent


Blijf op de hoogte

Achter de schermen werken we hard aan de verdere uitrol van deze provinciale aanpak. Wil je als eerste op de hoogte zijn van de ontwikkelingen?

Contact

Heb je vragen over de mogelijkheden tot samenwerking of wil je als gemeente aansluiten? Neem dan direct contact op met onze provinciaal coördinatoren:

Eva, Britt en Kim